Eén van de verhalen die we horen vanuit het veld.
“Tijdens mijn laatste veldtrip naar de Zuid-West route, toen we net Mesterei verlaten hadden, ontdekten we een meisje van ongeveer tien jaar oud die zeven maanden zwanger was nadat ze was verkracht. Toen we dit hoorden waren we er kapot van. Verschrikkelijk. Na mijn eerste tranen ondekte ik al snel dat haar moeder was gestorven toen zij geboren werd en dat haar vader tijdens de crisis in Darfur was vermoord. Ze leefde nu met haar enige famlie, een tante. Het beeld van haar leven bleef maar erger worden toen bleek dat haar tante haar sloeg en haar uithongerde.
Als we het meisje hadden achtergelaten in Mesterei zou ze ongetwijfeld zijn gestorven bij de bevalling van haar kind. We moesten haar zo snel mogelijk naar Geneina zien te krijgen. Het probleem was dat ze geen familie of bekenden in Geneina had en dat ze alleen maar de lokale taal “Masalit” sprak.
Ik ging terug naar Geneina met de taak en het verlangen om een familie te vinden voor dit kind. Met de hulp van Zacharia vroegen we vele families om hulp, maar niemand wou haar hebben. Uiteindelijk besloten we beiden om onze kok Sadia te vragen. Ik was licht ongerust omdat ik wist dat zeven van Sadia’s broers vermoord waren en dat al haar familieleden bij haar terecht kwamen de voorgaande maanden. Sonja, Zacharia en ik zaten bij Sadia om haar het probleem voor te leggen. Haar gezicht lichtte op uit puur mededogen en ze zei dat ze het kind bij zich zou nemen als haar eigen kind. De tranen stroomden ons allemaal over onze wangen en we prezen God (Zacharia en Sadia zijn beiden Moslims). Het was een bijzonder moment.
Het kind, Miriam genoemd, kwam de volgende week bij ons aan, alleen, vies, gekleed in vodden met een klein tasje met wat spulletjes die van haar waren. Sadia kleedde haar uit, wastte haar en we kochten een nieuwe jurk voor haar en een “tope”. Het herinnerde me aan het beeld in Zacharias 3.
Afgelopen week is ze naar de gynacologe geweest en er is besloten dat er een keizersnee gepland moet worden in de komende weken.
Ze settelt zich goed in Sadia’s familie en speelt met de andere kinderen. We hebben haar zelfs even zien lachen. Ze begrijpt nog steeds niet waarom er iets in haar buik beweegt en in de toekomst zal ze nog veel moeiten en obstakels tegenkomen die ze moet overwinnen, maar we geloven zonder twijfel dat God dit kind bij ons heeft geplaatst om voor haar te kunnen zorgen. We hebben iets dat veel andere organisaties haar niet kunnen geven: een eeuwige hoop en de belofte van genezing en herstel.
God is aan het werk in Darfur, Hij verlost van het lijden en overwint de duisternis met Licht”.
Eén van de vele moeilijke dingen die we lezen, maar tegelijkertijd ook een verhaal dat ons hoop geeft. De hulp die we straks hopen te gaan geven mag eeuwig zijn. We mogen iets van Gods liefde uitstralen. Ook Miriam hoort er bij, mag leven in het licht, ondanks alle duisternis. Ons hart vult zich met verdriet en liefde als we zo’n verhaal lezen en we kunnen niet wachten tot Medair ook een plek voor ons in het veld heeft…