Aangezien we al bijna twee weken in Malakal zitten, willen we jullie een dagje Malakal laten “proeven”.
Eerst willen we even iets meer over de omgeving en de situatie vertellen (zie ook de foto’s om een beeld te krijgen). Stel je voor, ’s ochtends als je rond 7 uur wakker wordt, is de temperatuur rond de 25 graden (heerlijk, nadat je bijna de hele nacht in je bed hebt liggen zweten), maar dat loopt al snel op naar zo’n 35 a 40 graden. Niet zo heet als we het in Loki hadden dus, maar wel erg droog en stoffig. Malakal is een bijzondere stad. Groot, arabisch, aardig druk, vol met halve huizen, tukuls, zandwegen (in het regenseizoen modderpoelen), een paar verharde wegen, ezels, geiten, een enkeling heeft paard en wagen, katten, mensen, karren en de enige auto’s die je hier ziet die zijn van andere NGO’s en van de UN. Autorijden in de 4×4 is opletten geblazen, want mensen en dieren houden niet echt rekening met auto’s… Een enkeling spreekt Engels, maar het grootste gedeelte spreekt Arabisch of Dinka of nog een heel ander dialect. Iedereen kijkt je na omdat je blank bent. Er lopen ook best veel soldaten rond in de stad, maar gelukkig zijn ze nagenoeg allemaal ongewapend, wat natuurlijk erg positief is. We hopen en bidden dat dit zo mag blijven. Momenteel wordt er veel gebouwd op de compound omdat het allemaal in opbouw is.
Om 7.30 uur heeft Wendy “radio-dienst” en is Willem alvast naar de markt om brood te halen. Een van onze andere collega’s zorgt dat er voldoende water in flessen zit en in de koelkast staan en kookt vast water voor de thee. De radiodienst bestaat uit het contact leggen met Loki en Nairobi via de radio en je geeft dan je “sierra lima” door (security level) en met hoeveel mensen je op dat moment op de compound bent. Er kunnen ook nog meer berichten worden doorgegeven, maar in Malakal gebeurt dat erg weinig omdat we ook over een goede internetverbinding beschikken en de verbinding over de radio soms erg slecht is. Je spreekt ook in codetaal over de radio omdat iedereen kan meeluisteren, maar het kan een heel handig middel zijn, vooral in de afgelegen gebieden is het vaak een van de weinige manieren om contact met de buitenwereld te leggen. In Malakal moeten we dit drie keer per dag doen omdat we Security Level 3 hebben (1 is het veiligst, 5 is zo onveilig dat je niet eens meer kunt evacueren en dat je plat op de grond moet gaan liggen).
Een van de guards (we hebben overdag twee bewakers en ’s nachts twee bewakers) opent de “gate” voor Willem, zodat hij naar de markt kan gaan om brood te halen. Als je buiten de compound gaat, moet je altijd zorgen dat je je “runbag” (daar zullen we in een volgende post nog wat meer over vertellen) bij je hebt, een radio en minstens 1 liter water. Just in case. Het brood wat we meestal voor ontbijt halen, lijkt een beetje op “pita-brood” alleen dan net iets dikker en meer afgebakken. Dit gaat met gebaren, want engels verstaan ze niet echt goed. Ze zeggen wel: how are you? Maar als je dan zegt: I’m fine and you, dan weten ze daar niet meer op te reageren. Een beetje zoals ons Arabisch…
Op de markt zijn ze heel vriendelijk, het liefst willen ze allemaal wat aan je verkopen, maar ze zijn niet opdringerig.
Om een uurtje of acht gaan we dan (meestal gezamenlijk) ontbijten en daarna bidden we met elkaar, besteden we tijd aan een stukje lezen in de bijbel en zingen we met elkaar en vervolgens nemen we de dag door. Niet dat er vaak heel veel van die planning terecht komt, want vaak zijn er weer veel andere “ad-hoc-zaken” tussendoor of vertragingen door een ander “tempo” van werken.
Deze dag worden we veel betrokken bij de hele setup van de compound.
Wendy doet samen met Francis de onderhandelingen met de guards en de kook-en wasvrouwen over hun contracten en gaat daarvoor ook naar het bureau van Arbeid om een en ander te bespreken over rechten en plichten in contracten. De besprekingen met de mensen gaat iets anders dan in Nederland, allereerst is er een taalbarriere, wat we door middel van een vertaler nagenoeg oplossen, daarnaast is er de cultuurbarriere, wat soms erg lastig is. Ze verwachten dit keer een hoger salaris. Uiteindelijk komen we er uit dat we dit keer nog het afgesproken salaris betalen en dat we naar het bureau van arbeid zullen gaan en met andere NGO’s zullen gaan praten om te kijken wat een goed salaris is en of we daar een beetje gelijk mee staan.
Willem moet een inventory doen en uitzoeken wie de beste leveranciers zijn en wat de prijzen zijn. Daarnaast is hij ook deputy (plaatsvervangend) security officer en houdt hij de financien bij. Tijdens de inventory moeten er ook boodschappen gedaan worden. Er is een supermarkt van ongeveer vier bij zes meter en dat voor een stad van bijna 250.000 inwoners. En het gaat niet zoals in Nederland kunnen we je vertellen. Geen kassa, geen mandje, geen lange wachtrijen. Nee, je komt binnen en maakt eerst even een praatje met Ensif (de verkoper) die je daarna gelijk wat te drinken geeft, een snicker en een pakje sigaretten aanbiedt. Vervolgens loop je na veel uitleg, nog meer gepraat en onderhandelingen over prijzen met een enorme lading aan blikgroenten, rijst, pasta en drinken de winkel uit. Na de boodschappen zou Willem even naar het pakhuis rijden omdat Unicef daar 400 IDP kits (soort van overlevingspakketten om uit te delen aan mensen in “vergeten gebieden”) te brengen… na twee uur wachten kwamen ze aan, vervolgens is je middag alweer bijna voorbij. In Nederland zou je na tien minuten al weggegaan zijn, maar dat is hier niet gebruikelijk, je wacht gewoon rustig af, al is het een halve dag. Medair heeft al geadviseerd om op trips altijd een boek mee te nemen of extra werk.
Ondertussen heeft Wendy nog wat rapporten afgewerkt op kantoor en is ze begonnen met het schrijven van een verhaal voor de website van Medair.org.
Ergens tussendoor hebben we ook nog geluncht. Een lunch bestaat meestal uit bonen/mais, rijst/pasta/aardappelen, een soort van soepje met vlees (stew)/soms vis. ’s Avonds rond een uurtje of zeven a acht krijgen we dan meestal dezelfde samenstelling als diner. Vervolgens werken we meestal nog door tot een uurtje of tien (Willem op IT en logistiek gebied, Wendy op rapportgebied en marketinggebied) en dan gaan we meestal “douchen”. Douchen bestaat hier uit water halen in een emmer, vervolgens in het douchehokje staan, waar een afvoerputje is gemaakt. Een lege fles pakken (die je bovenaan open hebt gesneden), die je als cup gebruikt waarmee je het water over je heen giet. Toch wel erg fijn als je dan een goeie washand bij je hebt waarmee je je vieze bezwete lijf goed kunt afsoppen.
De persoon die als laatste naar bed gaat zet de generator uit. Af en toe hebben we stadsenergie maar meestal werkt dat niet en moeten we de stroom uit onze generator halen die we elke dag bijvullen met 10 liter brandstof.
Daarna bidden we meestal nog met elkaar, nog even knuffelen en rond een uurtje of 22.30 uur val je dan uitgeput in slaap… Weer een dag vol met afwisseling bij Medair!
