Drieling
Saturday, April 28th, 2007Nyankor, een zwangere vrouw, wordt na acht maanden zwangerschap vanuit Melut doorverwezen naar Malakal om daar te bevallen. Het lijkt er op dat ze een tweeling krijgt. Eenmaal bevallen in het ziekenhuis in Malakal, blijkt het een drieling te zijn. Dit horen we anderhalve dag nadat de kindjes geboren zijn. Ngor, de stuurman van onze boot, komt ons vertellen dat de babies en hun moeder inmiddels in Bam zijn bij mensen die ze kennen (Bam ligt op 20 minuten met de auto afstand van onze compound in Malakal). We krijgen het bericht dat de babies zwak zijn en dat de moeder geen melk heeft om borstvoeding te geven.
Er zijn geen Medair-verplegers in Malakal op dat moment, twee zusters zijn die ochtend nog met het vliegtuig naar Juba vertrokken, dus samen met Willem en Koang (die wederom een geweldige hulp en vertaler blijkt te zijn - wat zouden we zonder hem moeten??) ga ik na instructies via de e-mail van Hannah, onze dokter in Melut, op pad om de babies te halen. Voordat we gaan zien we ook John (onze bewaker) terug in de compound die al een paar dagen ziek is, hij ziet er echt heel beroerd uit, hij heeft een infectie aan z’n urinebuis, maar wij zijn persoonlijk ook een beetje bang voor z’n nieren omdat hij ook klaagt over pijn in z’n rug en buik en hij moet overgeven. Dus voordat we de moeder en de babies gaan halen, zetten we hem eerst af bij het ziekenhuis voor de injecties die hij krijgt. In de auto probeer ik een overzicht te maken van alle vragen die ik de moeder straks wil stellen en vervolgens zullen we ze naar het voedingscentrum moeten brengen, waar ze extra melk zouden moeten krijgen. Eenmaal aangekomen in werkelijk “the middle of nowhere” zien we hutjes staan waarvan we ons afvragen of die het regenseizoen wel zullen overleven, we worden snel naar de moeder geleid, die in een van die hutjes - die er gelukkig nog wel aardig uit ziet - op de grond zit, met haar babies naast haar, twee in een soort van baby-achtig muggennet eentje daarbuiten. Ongelofelijk, drie wondertjes op een rijtje, uit de buik van een zo te zien gezonde moeder. De laatstgeborene (een jongetje) is erg klein en je kan zien dat hij moet vechten! Z’n twee zussen zien er wat sterker en gezonder uit.

Na verschillende vragen gesteld te hebben, leg ik de moeder uit dat we haar en de babies graag mee zouden willen nemen naar het voedingscentrum om te kijken wat ze daar voor haar en de babies kunnen betekenen. In de auto heb ik een van de babies op schoot en ik kan niet anders dan bidden voor dit kleine wondertje. Ik weet dat we met Medair mensen in nood helpen, maar nu komt het wel heel schokkend dichtbij, een van de mensen in nood ligt op m’n schoot. Ik weet dat ze veilig is in Gods handen, wat er ook gebeurd, maar toch bid ik vurig dat ze in leven mag blijven, evenals haar zus en broertje. Eenmaal aangekomen in het voedingscentrum worden we van hot naar her verwezen en uiteindelijk als we in verschillende kamers zijn geweest, we intussen voor de familie hardop hebben gebeden, op verschillende houten bankjes hebben gezeten en heel veel moeders met babies hebben gezien krijgen we te horen dat ze geen voedingsprogramma hebben voor babies jonger dan drie maanden. Dat de man “in charge” weg is en dat degene die nu verantwoordelijk is eigenlijk helemaal geen verantwoordelijkheden heeft, want hij mag niets beslissen en mag deze drie kinderen niet aannemen.
Ondertussen huil ik van binnen, want ik weet dat deze kinderen al sinds zondagnacht alleen maar water hebben gekregen omdat de moeder nog geen melk heeft. Ik moedig haar aan om de babies toch aan haar borst te leggen, een voor een (zoals dokter Hannah me het had verteld) om het te blijven proberen, zo kan de melk misschien uiteindelijk toch worden opgewekt. Ondertussen terwijl we daar zitten wordt Willem voor een andere emergency opgeroepen en moet met de auto weg, hij zegt dat hij op de terugweg schoon drinkwater mee zal nemen voor de moeder. Ik probeer ondertussen radiocontact te leggen met Medair mensen in de compound, die op hun beurt weer dokter Hannah proberen te bereiken in Melut. Internet werkt niet. Getsie. Dan maar blijven proberen op de satelliet-telefoon. Als niets blijkt te werken, dan besluiten Willem (die inmiddels weer terug is in het centrum) en ik zelf actie te nemen. We kijken elkaar aan en weten dat we deze babies niet in onze armen willen zien sterven met het gevoel er niet alles aan te hebben gedaan om ze te redden. We besluiten ze mee te nemen naar de compound, na bij de apotheek babyflesjes en babypoedermelk te hebben gehaald. Terwijl Willem deze melk samen met Koang aan het halen is, heb ik inmiddels de zwakste van de drie op schoot gekregen en ik kan m’n tranen niet meer bedwingen en huil om deze baby. Huil mee met deze familie, maar niet alleen voor deze familie, maar de vele families in Sudan die in zulke schrijnende toestanden leven, ik huil voor de twee maanden te vroeg geboren baby in Melut die een dag hiervoor overleden is, helaas kwam hulp voor hem te laat. Volgens mij had de broer van Nyankor in de gaten dat ik verdrietig was en moest huilen, want als Willem en Koang evenlater terugkomen houdt hij triomfantelijk het zakje omhoog en zegt met een bemoedigende lach op z’n gezicht: “milk” (een van de weinige engelse woorden die hij kent). Bij mij borrelt er ook hoop en kracht in m’n lijf en we gaan op weg naar de compound met nieuwe moed.

Eenmaal op de compound aangekomen worden we eerst ontmoedigd, niet geheel onterecht, maar in onze ogen wel verdraaid onhandig in deze situatie. Er wordt namelijk gezegd dat het eigenlijk niet toegestaan is dat we lokale mensen (die niet voor ons werken) zomaar op de compound kunnen brengen. Ergens hebben ze gelijk, want waar leg je de grens, de tamtam gaat hier vaak snel en misschien zit half Malakal binnenkort op de stoep… Dat niet alleen, want wat als de kinderen in onze compound sterven? Wij hebben op dit moment geen medici in de compound in Malakal. Toch nemen wij deze verantwoordelijkheid op ons, wij kunnen het gewoon niet over ons hart verkrijgen deze babies en hun moeder aan hun lot over te laten bij een voedingscentrum wat hen niet kan helpen. Uiteindelijk blijkt internet gelukkig weer te werken en is dokter Hannah heel blij met wat we tot nu toe hebben gedaan.
Ze gaat me nu instructies geven om de baby te gaan voeden met melk die we in het pakhuis hebben liggen (de melk die we hebben gekocht is niet goed genoeg). Ondertussen valt internet af en toe weer weg en ik heb nog niet alle instructies, dus probeer ik ondertussen andere dingen te doen, evenals Willem die ook nog een hoop andere dingen te coordineren en regelen heeft. Ik geef de moeder nog meer drinken, vraag iemand of ze suikerwater voor de moeder wil maken en geef haar en degene die met haar mee is gekomen onze lunch. Mijn lunch kan wel wachten, ik heb vanochtend wat fruit op en deze mensen hebben het vele malen harder nodig. Dankbaar nemen ze het aan, de moeder nog steeds verward door alles wat er gebeurd. Ondertussen vraag ik de kookvrouwen of ze water willen koken, de flesjes moeten 20 minuten gekookt worden, zodat ze volledig steriel zijn en klaar voor gebruik. Inmiddels doet internet het weer en kunnen we wel de poedermelk in het warehouse vinden, maar niet de maatlepel (en het komt nogal precies). Inmiddels heeft Doug (onze Watsan-manager) contact gelegd met John (programma coordinator) en met ACF (Actie tegen honger). ACF laat weten dat zij nog wel maatbekertjes voor F-100 (de melk) hebben en die wel even willen komen brengen. Ondertussen heeft Sue (van de organisatie Goal) ook gehoord wat er aan de hand is en biedt een helpende hand. Ik ben blij dat er nu iemand bij is die wel medische kennis heeft. Ze zegt dat de babies er goed uitzien en niet ondervoedt lijken, de jongste oogt wel wat zwak, maar ze helpt ook gelijk met de vrouw te bemoedigen dat ze door blijft gaan met borstvoeding ondanks dat ze nog geen melk heeft en net voordat ik alles goed en wel klaar heb, komt er melk uit haar borsten en haar kinderen zetten het op een drinken… Thank God! Zelfs de kleine zuigt enorm. Arme moeder, de komende dagen zal ze vooral druk bezig zijn met borstvoeding, daar ze de kinderen iedere twee uur moet voeden en dat met drie babies… Zelfs de allerkleinste krijgt weer een kleurtje op zijn gezicht en ik krijg een warm gevoel van binnen. Er staan weer tranen in m’n ogen (ik blijf een emotioneel mens), dit keer van dankbaarheid en blijdschap.
We besluiten ze wat van ons eigen geld te geven om goed eten voor de moeder te kopen en water in flessen (ze mag onder geen voorwaarde water uit de Nijl drinken nu). De moeder wil samen met haar kinderen de nacht het liefst doorbrengen bij haar bekenden, waar we haar hebben opgehaald. Ergens kunnen we dat wel begrijpen en aangezien ze nu melk heeft, brengen we haar met goede instructies weer terug naar “the middle of nowhere”, met het bericht dat we ze ’s ochtends vroeg op zullen halen zodat ze mee kunnen op de boot naar Melut, waar Andrea (onze Nutritionist) en de rest van het team van Medair (die opgewonden zijn dat het een drieling is) klaar zal staan om de babies op te nemen in het voedingsprogramma mocht dat nodig zijn en om ze te monitoren. De vrouw woont ook dichterbij Melut dan bij Malakal, wij bidden ondertussen dat ze een voorspoedige reis zullen hebben en dat de kinderen veilig aan zullen mogen komen…
Wat een enerverende dag!

Helaas had dit verhaal nog een staartje die wat minder leuk afliep. We gingen de volgende ochtend al vroeg ons bed uit om op tijd bij de familie te zijn zodat we op tijd konden vertrekken met de boot. Eenmaal aangekomen bij de familie zien we de moeder in het hutje totaal nog geen aanstalten maken om te vertrekken. Gelukkig zien we de babies wel lekker slapen met een kleurtje op hun gezicht. Evenlater zien we iemand die “de vader” blijkt te zijn en die absoluut geen toestemming geeft om moeder en drieling mee te nemen naar Melut. Hij blijkt soldaat te zijn en hij moet in Bam blijven en kan niet naar Melut. Aangezien wij geen transportorganisatie zijn, hadden we aangegeven dat we de moeder en haar drie kinderen niet weer vanuit Melut terug kunnen brengen naar Malakal na behandeling. Als mensen “gezond” zijn, vervoeren wij ze in principe niet. De boot wordt gebruikt voor noodsituaties en om onze eigen staf naar de locaties waar we werken te vervoeren. Dan besluit de vader dat ze maar helemaal niet gaan. We hebben daar bijna een uur staan praten, helaas hadden we Koang dit keer niet bij ons, dus het praten ging ook niet heel makkelijk omdat er maar een persoon was die een beetje engels kon en de zeven woorden die wij in het arabisch weten kwamen ook niet echt van pas… onze gesprekken en pogingen brachten uiteindelijk dan ook geen verandering in de vader’s gedachten. We verzekerden ons er nogmaals van dat de babies nu borstvoeding krijgen en er aardig gezond uitzien en vertrouwen er op dat als de borstvoeding zo door gaat ze het wel redden. Met toch een beetje een naar gevoel verlaten we de locatie. We zijn bewust van het feit dat dingen hier niet altijd gaan zoals in Nederland, dat we te maken hebben met taalbarrieres, maar vooral ook cultuurbarrieres en gewoon hele andere omstandigheden. Een hele uitdaging! Maar het dankbare gezicht van de moeder de dag ervoor en de gezonde babies zijn wel een beloning op het werk!




