Gisteren betrapte ik mezelf op het negeren van een vrouwtje met kind die aan het bedelen waren. Ik had ze al wel gezien vanuit m’n ooghoeken, zo’n aanblik doet me iedere keer weer wat, maar toen ze ons aansprak deed ik net of ik ze niet hoorde. Oei, toen ik daarover nadacht, deed dat even flink pijn! Moet ik omdat ik zelf m’n dag even niet heb, haar maar gewoon negeren? Het feit dat ik nu even “geen tijd” heb en geen geld wil geven, wil toch zeker niet zeggen dat ik haar maar gewoon negeer? Het beetje eigenwaarde wat zulke mensen waarschijnlijk al lang verloren hebben, door met een klein kindje langs de kant van de weg te moeten bedelen, heb ik nu misschien wel helemaal de grond ingeboord. Gelukkig had Willem haar wel vriendelijk gedag gezegd en kunnen we er ook samen even over napraten. Want hoe ga je om met zo’n situatie als je maar een uurtje pauze hebt, lekker even met z’n tweeen wil zijn en geen geld wil geven omdat het dan misschien voor de verkeerde dingen (drugs en/of drank) gebruikt wordt…
In ieder geval niet door zo iemand te negeren!
De volgende dag kreeg ik gelijk een herkansing! Wat is God toch bijzonder in dit soort dingen, hij plaatst gewoon de volgende persoon op m’n weg, kan ik gelijk oefenen…
Dit keer een mager jongetje, die ik niet ouder schat dan een jaar of negen. Kleren gescheurd en vies, hij stinkt, duidelijk al dagen geen schoon water tot zijn beschikking gehad om zich te kunnen verfrissen. Z’n slippers zijn afgedragen en hangen met nietjes bijeen aan z’n voeten. Dat is dan ook het eerste wat hij vraagt na ons te groeten. Geld voor schoenen. Na een vriendelijke groet van ons, betrap ik mezelf er op dat ik niet weet wat ik moet denken en dat ik ‘m liever kwijt dan rijk ben. Vreselijk!! We zijn hier toch voor zulk soort mensen gekomen? Om te helpen? Kan ik dat alleen in Soedan als ik daadwerkelijk op m’n plekje ben en ben ik nu te gehaast om hem snel weer te willen verlaten? Ik heb hem nu toch in ieder geval vriendelijk gegroet?
Als ik even niet zo goed weet wat ik moet zeggen, haal ik opgelucht adem als hij naast Willem gaat lopen die voor me loopt omdat de “stoep” (wat niet meer is dan een klein stukje zand naast de weg) zo smal is. Hij gaat gewoon op de weg lopen, naar mijn idee riskeert hij hierbij zijn leven omdat het verkeer hier super onbetrouwbaar en gestoord druk is. Maar goed… ik hoor Willem zeggen, why do you need money? Hij herhaalt: voor schoenen. Willem zegt dat hij geen geld wil geven. Dan zegt de jongen dat hij ook honger heeft en dat is ‘m ook wel aan te zien. Willem zegt: weet je wat? Ik geef je geen geld, want dan weet ik niet waar je het aan uit geeft, maar als je met ons mee gaat, dan kopen we wat brood voor je. Lekker denk ik… weer precies op de spaarzame momenten dat we alleen zijn! Wat??? Hoor ik mezelf denken, denk ik dat echt? Wen, dit is je herkansing, heb compassie voor deze jongen, denk nu eens niet aan dat moment met Willem waar je net een heerlijke contract break mee hebt gehad, bekijk deze jongen eens in zijn situatie… zou jij de moed hebben om hierom te vragen, om om hulp te bedelen en door 99% van de mensen te worden afgewezen?
Ik krijg nog een kans, want doordat Willem even een sprongetje moest maken loopt de jongen, die in plaats van 9 al 13 jaar blijkt te zijn, nu dichter bij mij en komt naast me lopen. Ik vraag hem met een brok in m’n keel of hij hier in de buurt woont, hij vertelt me precies waar hij woont in gebrekkig engels en zegt dat zijn moeder is gestorven en hij samen met zijn zus en zijn vader woont. Ik vraag hem of hij naar school gaat, eerst zegt hij: nee. Dan geeft hij vervolgens aarzelend aan dat hij geen geld heeft om een uniform te kopen, dus dat hij niet naar een normale school kan gaan, hij gaat naar een school die uit liefdadigheid les geeft aan kinderen van ouders zonder inkomen. Deze school geeft vier dagen (inclusief weekend) per week les. Zijn vader kan geen werk vinden, maar is wel op zoek.
Inmiddels aangekomen bij het winkelcentrum, zijn we benieuwd waar hij brood wil gaan halen, zou hij ons wijzen op een lekker broodje van ‘t broodjescentrum wat vlakbij is? We laten hem de keuze. Hij neemt ons mee naar de supermarkt. Tot onze verbazing kiest hij ‘t goedkoopste brood uit van de onderste plank - waardoor hij wel twee keer zoveel heeft. Hij zou ook graag nog wat melk willen en we geven hem een groot pak melk. Omdat hij zichzelf zo bescheiden opstelt laten we hem bij de rij van zoet broodbeleg een keuze maken om zijn brood een extra smaakje te geven. Weer de goedkopie jam. Slimme jongen! Waarom zou je je geld uitgeven aan duurdere jam, terwijl deze waarschijnlijk net zo lekker is?
Nadat we langs de kassa zijn gelopen, hebben betaald en hem de zak overhandigen probeert hij nog heel even… zouden er ook nog nieuwe schoenen inzitten?? Wij zeggen dat het zo goed is. Dan bedankt hij ons heel hartelijk en wenst dat God ons rijkelijk zal zegenen. Met een lach op z’n gezicht loopt hij vervolgens het winkelcentrum uit!
Was dat nou zo moeilijk?
Ja, blijkbaar wel! Het is zo makkelijk om armoede om je heen te negeren of om maar te zeggen, zo zijn er nog tienduizenden straatkinderen in Nairobi alleen al! Maar vandaag deden we het om dat ene kind! Voor ons misschien een kleinigheidje, voor hem een groot verschil! Ik ben blij dat ik extra kansen heb gekregen en weet wel dat ik niet snel nog zo’n kans voorbij zal laten gaan…