
“Ik ben bezorgd over mijn mensen in het ontvangstcentrum voor teruggekeerde vluchtelingen die binnenkort naar het “groene dorp” zullen verhuizen (een plaats die aan hen is toegewezen voor permanente bewoning, vlak naast het ontvangstcentrum). Er is veel nood. Ze hebben geen geld en maar een klein beetje eten en de mensen leven erg dicht op elkaar. Dank jullie wel voor het brengen van hygiene training en latrines. Kunnen jullie nog meer hulp bieden?” Dit zijn de woorden van de burgemeester van Maban – John Ivo Monto nadat hij het ontvangstcentrum bezocht en ook tijd nam om even te praten met Medair. Ik merk dat hij bewogen is met deze mensen en vooral de kinderen. Hij zegt dan ook: “De ouderen begrijpen het als er een dag geen eten is of als ze moeten wachten op een plek voor huisvesting, maar voor de kinderen is het moeilijk, heel moeilijk…”
Deze woorden blijven door m’n hoofd gaan, ook nu ik weer terug ben in Melut. Maar ik ben blij dat we met Medair in ieder geval hulp hebben kunnen brengen in Maban! Het water en sanitatie team heeft mooi werk verricht en volgende week zal Medair een medisch team sturen om een voedingsonderzoek te doen, gezien er tijdens de eerste verkenning van de omgeving en de situatie veel ondervoedde kinderen werden gesignaleerd.
Maar laat ik bij het begin beginnen…
Het is kwart over vijf ’s ochtends en ik hoor verschillende hanen kraaien hier in het dorp. Ik ben zojuist vanuit m’n mosiedome (muskieten-tentje) in de buitenlucht verhuisd naar de tukul van Relief International omdat het begon te regenen. Ondanks dat ik niet echt een goeie nacht heb gehad qua slaap, was het buiten heerlijk, ik zag de sterrenhemel vanuit m’n mosiedome en er ging een heerlijk briesje door de kleine gaatjes – maar naar mijn idee begon het vijftien minuten geleden iets te vaak te flitsen en de wind ging ook harder waaien, wat voor mij een teken was om naar binnen te gaan. Ik ben in Maban, een dorpje in het noordoosten van Zuid Soedan, dicht tegen de Ethiopische grens.
Gisteren zijn we rond 10.00 uur met een team in de auto gestapt en ook al was de reis erg “bumpy” vanwege de zandwegen met veel kuilen, het was goed! Wat een prachtige omgeving, dit is absoluut het mooiste gebied wat ik in Soedan heb gezien. Heel groen, rijk aan allerlei prachtige bomen en vogels, echt bijzonder! En de mensen die we tegenkomen zijn ook mooi, “falata” met prachtig gekleurde kleding. Ik ben nu al blij dat ik meegegaan ben op deze reis en voel gewoon dat ik een goede tijd tegemoet ga. Het enige nadeel is dat Willem in Melut is gebleven, hij moet procedures afmaken voor M-supply en kon niet mee, we zijn dus weer gescheiden van elkaar voor vier dagen. Dit keer waarschijnlijk zelfs geen e-mail, geen communicatie, niets! Dat is nog nooit gebeurd!
Je kunt zien dat hier de moslimbevolking niet overheerst want er zijn veel varkens, heel veel varkens – een van de inkomsten- en voedselbronnen voor de mensen hier. In Malakal en Melut loopt geen enkel varken, maar hier lopen er net zoveel als in Malakal en Melut geiten. Je kunt ook echt zien dat hier een ander soort volk leeft. Onderweg kwamen we verschillende mensen op kamelen tegen, ook dat is bijzonder omdat dat in Melut en Malakal helemaal niet gebruikelijk is. De schapen hebben hier trouwens allemaal hun staart nog, hele lange dikke staarten. De Kenianen zeggen ons dat het heel slecht is voor het vlees omdat het vet allemaal in hun staart gaat zitten, daarom worden deze er in Europa en ook Kenia afgeschoren als ze nog jong zijn.
Toen we terugkwamen van de UNHCR (waar we even lekker hebben gegeten en waar de mannen van ons team zullen overnachten) kregen we een emmer met een schaaltje erin van Relief International (waar wij als vrouwen zullen overnachten) zodat we ons konden douchen. Het is een grappige douche, het is een rieten hekje, waar m’n borsten net niet boven uit komen… mmm… als een vrouw langer is dan ik, moet ze echt bukken… maar oh, wat is dat koude water lekker na zo’n lange zweetdag in de auto! Heerlijk. Het is pas negen uur als ik me heb gedoucht, maar het lijkt veel en veel later.
Vandaag gaan we kijken wat we hier precies kunnen doen met Medair, het plan is om 15 emergency latrines op te zetten en hygiene training te geven. Maar daarvoor moeten we eerst mensen vinden die bereid zijn om te gaan graven en anderen die bereid zijn een training te volgen. Een collega zal een stuk of tien mensen gaan trainen die vervolgens het kamp ingaan om mensen instructies te geven over het belang van goede hygiene. Gaaf om dat van zo dichtbij te mogen volgen. Toen we gisteren voor het eerst langs het kamp reden schrok ik enorm, de beelden van Renk, het eerste vluchtelingenkamp waar ik gewerkt heb, kwamen weer naar boven. In Renk waren de mensen gevlucht vanwege de overstromingen, hier keren de mensen terug vanuit Ethiopie of Khartoum, na 20 jaar geleden gevlucht te zijn vanuit Maban in verband met de oorlog. Het kamp ziet er vreselijk uit en dat terwijl er nu al veel minder mensen wonen dan een week eerder toen het team had uitgezocht wat de noden waren. Mensen leven heel dicht op elkaar met bij elkaar geraapte plastic zeilen en een soort van snel opgebouwde hutjes, ik zie hier en daar wat muskietennetten, maar lang niet genoeg voor al deze mensen met soms wel tien mensen in een zo’n klein hutje (ik vond vijf in ons huis soms al te veel… he broertjes??) En dan moet je je daarbij dus voorstellen dat er voor dit kamp met zo’n kleine 1000 mensen geen enkele latrine beschikbaar is.
Eerst hebben we veel gesprekken, heel veel gesprekken. Dat is belangrijk in Afrika, de tijd nemen om dingen door te nemen met belangrijke overheidsinstanties en dan pas aan de slag gaan als je goedkeuring hebt. De SSRRC, de plaatsvervangende burgemeester (omdat de burgemeester er zelf niet is die dag), de stamhoofden van het dorpje waar we gaan werken en noem maar op. Het plaatsvervangend stamhoofd van het Maban ontvanstcentrum zegt: De mensen hier weten niet wat hygiene is, we hebben niet eens een naam voor “hygiene” in onze taal, het “Maban”, alleen maar in het arabisch, we zijn dus heel blij dat jullie ons willen trainen, we hebben het nodig!”
Toch, na al deze gesprekken in de ochtend, waar aardig wat tijd in gaat zitten, gaat het opeens heel snel en hebben we binnen hele korte tijd 14 mensen voor de hygiene training beschikbaar en 16 om de latrines te graven (terwijl we maar om tien van beiden hadden gevraagd). Nog diezelfde dag kan Evans (watsan technician en hygiene promoter) met de training beginnen en beginnen Marnix en Samuel met het instrueren van de latrine-bouwers. Odile, Sandra en ik doen ons uiterste best om zoveel mogelijk uitspraken te noteren en zoveel mogelijk foto’s te maken (dat heb ik geweten… in vier dagen tijd meer dan 2000 foto’s; ga die maar eens terugbrengen naar een stuk of 600…).
Als we de volgende ochtend aankomen om te kijken hoe ver de mensen zijn met de latrines worden we aangenaam verrast, de gravers zijn alweer om zes uur begonnen en hebben al gaten gegraven van meer dan 3 meter diep. Fantastisch! Op de foto zie je een van de gravers compleet bezweet, maar druk aan het graven. Als we terugkomen op de centrale plek zien we dat Evans ook al met z’n training verder is gegaan en dat de trainees enthousiast aan ’t luisteren zijn, nu pas zie ik dat ook het ontvangstcentrum een complete metamorfose heeft ondergaan… er zijn nu nog maar een paar “afvalhopen” maar verder zie ik nergens meer losse flesjes, kapotte schoenen, stukken zeil, stukken hout of wat dan ook liggen, alles is keurig aangeveegd, ze nemen de training en het belang van goede hygiene echt heel serieus!
Die dag erop heb ik het voorrecht om met een groepje mee te lopen door het dorp, een groepje wat in de twee dagen ervoor is getraind in hygiene en dit nieuws nu gaat verspreiden. Een voorganger leidt dit groepje en iedere keer voordat hij de training geeft aan de gezinnen begint hij met gebed. De verschillende gezinnen zijn heel enthousiast. De vrouw des huizes van de familie Lemon zegt: “Deze training is erg goed, omdat jullie team nog steeds bezig is met het maken van de latrines samen met onze mannen, weten we nu ook dat we onze eigen “kleine latrines” kunnen maken door een stok mee te nemen als we moeten en dan een klein gat maken om onze ontlasting te begraven! ”Dank jullie wel!” En familie John vervolgt: “Samen zullen we een gezond dorp vormen, we zullen anderen waarschuwen met wat we geleerd hebben, omdat jullie training erg goed is.”
Met deze woorden mag ik terugkeren naar Melut, en wederom mag ik terugkijken op een gezegende reis! Ik heb deze bijzondere plek en deze vredelievende mensen in m’n hart gesloten en ik hoop dat ik de kans heb om hier nog eens terug te keren voordat ik weer naar Nederland ga volgend jaar!