It’s not about me - part II!
Sunday, June 29th, 2008Daar zit ik dan… nog een dag in Malakal, zonder m’n mannetje, met een hoop collega’s die hetzelfde lot delen. Absoluut nog niet zeker of er morgen wel weer een vlucht zal vertrekken. Die onzekerheid kan zo irritant zijn, maar die onzekerheid is relatief. Je kunt je er vreselijk aan gaan storen en dat heb ik ook zeker verschillende momenten gedaan vandaag en gisteren, maar m’n collega’s spraken me gelijk aan op ‘t stuk wat ik in ‘t begin van de week zelf in de Nile File heb geplaatst (zie hieronder) en zeiden dat ik ‘t positief moet bekijken! Wow, dat deed me echt goed, want als we elkaar helpen op zo’n manier, wat kan de wereld er dan ineens een stuk rooskleuriger uitzien! Ik kan zeuren over een vlucht die misschien weer niet gaat en waardoor ik mogelijk de verjaardag van m’n allerliefste mis. Maar ja… “this is Africa!” En de dingen lopen daar nu eenmaal niet zo gepland en georganiseerd als in Europa. En het veranderd echt niet als ik negatief of sjaggarijnig ga zitten doen, ik kan er maar beter om lachen! Bovendien was het voor mij wederom een goed moment om weer even met m’n neus op de feiten van Afrika te worden gedrukt en waarom het zo heerlijk is dat we met Medair echt verschil mogen uitmaken!
We moesten namelijk nogal een eind omrijden om bij het vliegveld te komen omdat Salva Kiir (de president van Zuid Soedan die gisteren was gearriveerd toen we ook al niet konden vertrekken nadat we waren ingecheckt en 2 uur zaten te wachten) ook deze dag zou vertrekken. Veel straten waren afgesloten vanwege exclusief gebruikt door meneer de President. Honderden politieagenten langs de kant van de weg en ook bewapende militairen. Een interessant gezicht en in Nederland zouden jullie het bijzonder indrukwekkend hebben gevonden, dat weet ik zeker; maar hier voelt het al bijna gewoon om zoveel “gewapende mannen” te zien…
Onderweg terug naar Malakal ging er nog vele malen door m’n hoofd: “Hadden ze dat niet eerder kunnen bedenken?” Maar het volgende moment dacht ik; ach het is al heel bijzonder dat er bijna dagelijks een vliegtuig vanuit dit gedeelte van de wereld, waar mensen vaak nog van minder dan 2 dollar per dag leven, naar Loki en vervolgens Nairobi vliegt. En het brengt me ook terug bij een uitspraak die John een van de bewakers deed toen ik gisteren tegen hem zei: Oh, wat zou ik jou graag bepaalde dingen in Europa willen laten zien! Toen zei hij heel wijs: Ja, ik zou het geweldig vinden om een tijdje met jullie naar Nederland te gaan, maar waarschijnlijk kan ik van de vluchten die we daarvoor moeten nemen een jaar lang m’n hele gezin voeden. En dat is waar!
En terwijl ik dat denk, valt m’n oog op een meisje langs de kant van de weg, tot aan haar knieen in een slootje die deze ochtend ontstaan is na een vreselijke stortbui gepaard met onweer en windhozen. Het is een sloot die volzit met bacterien en viezigheid, mensen die hun afval in die geulen gooien en af en toe ook hun behoefte daar doen. Waar geiten en ratten lopen en daar stroomt nu water. En op dat moment heeft dit meisje water nodig. Ze heeft immers vieze voeten gekregen van de modder, dus die spoelt ze even af in het stromende water. Maar dan, mijn gedachten nog bij wat er allemaal met dit water gebeurd kan zijn, en waar ik nog niet eens m’n voeten zou kunnen wassen omdat ik ze daarmee naar mijn mening niet schoon genoeg krijg, maakt dit meisje een kuiltje van haar handen en weet ik dat ze datgene gaat doen waar ik bijna onpasselijk van wordt, ze heeft dorst gekregen en brengt ditzelfde vieze water naar haar mond en drinkt ervan. Dit meisje heeft nooit anders geleefd. Zij gaat niet op een vlucht naar Nairobi. En ik hoef niet veel verder te kijken en zie tukuls die zeker in 10 cm water staan, die arme mensen, alles wat ze bezitten is nu dus doorweekt. Wat moet dat koud zijn! (Ja ook Soedan koelt af tijdens het regenseizoen…) En dan zie ik sommige tukuls die bijna in elkaar storten van ellende, vanwege de vreselijke storm die we vanochtend hadden en ‘t water sijpelt door ‘t plastic zo naar binnen.
Soms, omdat alles redelijk gemoedelijk gaat in Soedan en de armoede overal om je heen is (anders dan in Kenia, waar we in het verhaal over Kibera en Belinda over vertelden), kun je bijna vergeten dat er nog zoveel nood is in Soedan. Maar wat heeft dit land nog veel hulp en training nodig en wat ben ik blij dat ik daar nog m’n steentje aan bij kan dragen. Dan maar een paar dagen langer in Malakal…
Mensen, wat heb ik het waanzinnig goed! Willem wordt dinsdag alweer 31 - ik denk dat ik er niet heel ver naast zit als ik zeg dat 1/5e van de mensen die leeftijd hier niet eens halen! Hoeveel vaker hoor ik hier dat een Soedanese collega een neefje verliest of een dochtertje of z’n vader of moeder op relatief jonge leeftijd. Soms aan ziektes die door betere voorlichting voorkomen kunnen worden, zoals het drinken van schoon water, water wat je in ieder geval eerst kookt als het vanuit een vieze sloot of rivier komt.
En ach, ik heb misschien nu ook bijna weer een week lang iedere dag hetzelfde gegeten en slaap op een matras met een grote kuil in het midden en moet Willem langer missen dan ik had gedacht. Maar ik heb een dak boven m’n hoofd - ben beschut tegen de regen, heb morgen weer een nieuwe kans op een vlucht naar Nairobi. It’s not about me part II - denk ik maar en dit heeft mijn denken weer rustig gemaakt. Als ik Willem na z’n verjaardag zie, dan kunnen we z’n verjaardag waarschijnlijk weer dunnetjes even over doen en zijn we vast weer EXTRA gelukkig, dat we zo gezegend met elkaar zijn en elkaar weer zien. En zullen we God wederom kunnen danken voor al het goede dat Hij ons geeft en kunnen we Hem vragen of Hij ons de weg wijst dit ook weer op een goede manier uit te delen…






