Ben jij een van die miljoen?
Thursday, May 21st, 2009Of wordt je er een bij de tweede miljoen?

Of wordt je er een bij de tweede miljoen?
Ik had gezegd dat ik de ongeschreven verhalen nog zou gaan schrijven op deze blog, bij de honderden foto’s die absoluut nog iets te zeggen hebben. Dat was iets makkelijker gezegd dan gedaan en zo kreeg Willem toch weer gelijk dat me dit niet wekelijks gaat lukken. Toch wil ik het proberen, want er zijn gewoon teveel mooie dingen om te delen en het helpt mij ook heel erg om dingen op een rijtje te zetten.
Het valt nog niet mee om terug te zijn. Over het algemeen gaat het vrij goed, maar af en toe overvalt het (vooral mij) nog steeds. Soms kan ik ineens midden op de dag (vooral in ‘t weekend) moeten huilen, of voel ik me heel onbegrepen, of boos - zelfs op Willem die me juist het beste kent! Diepe gevoelens knijpen zich samen in mijn binnenste en vanuit liefde reageren lukt dan haast niet meer. Ik ken mezelf op zo’n moment niet eens meer… (zo’n gevoel van - dat doet ze anders nooit…) Eerst voel je jezelf daardoor heel raar, bijna van de buitenwereld afgesloten, zou je jezelf het liefst naar binnen toe keren en gewoon niemand meer onder ogen willen komen of linea recta terug willen vliegen naar Afrika. Maar dat werkt niet, want we zijn nu hier en ‘t is goed om weer in Nederland te zijn. Dus dan maar praten, herinneringen ophalen, relativeren en gewoon even jezelf laten gaan. Vooral naar God, eerlijk uitspreken in gebed - dat helpt. Hij weet immers wat ik voel. Willem weet dat trouwens ook en dat is fijn, anders was het misschien iets minder leuk afgelopen die gekke buien van mij, maar het komt goed, het heeft tijd nodig.
Twee jaar Soedan is niet niks. Midden tussen de armoede leven, mensen wel van het kleine beetje wat ze hebben zien delen. En dan weer wham, terug in Nederland, waar het gras van de buren toch altijd groener is en ikzelf eigenlijk ook wel toe ben aan wat nieuwe zomerkleding. Terug in Soedan hoef je jezelf niet uit te dossen, je mag gewoon zijn wie je bent of je nu in je oude spijkerbroek komt of op bezoek gaat in je nette pak - gastvrijheid ten top.
Ik zie ons nog zitten tussen de pikzwarte gastvrije en vriendelijke Soedanezen (zie ook foto). Ze hebben bijna niets, maar delen alles wat ze hebben. Als ze een vis hebben gevangen, zullen ze het lekkerste gedeelte (laat dat nou net de kop zijn -bljech, ahum-) met je delen. Je hoort er bij, bent welkom! Ze vinden het bijzonder dat je als blanke de moeite neemt hen te leren kennen. Zo was het ook met onze lokale medewerkers. Wat een feest was het als wij ze gingen opzoeken. Gepland als we zijn maakten we meestal netjes voordat we langsgingen een afspraak, we waren altijd welkom. Meestal was de hele familie aanwezig om het “witte bezoek” te verwelkomen. We moesten alle buren ook even groeten en de kinderen springen gelijk bij je op schoot om grootse verhalen uit de doeken te doen in het Arabisch, waar je niets van begrijpt.
Als je na zo’n uur of twee weer op wilt stappen, hebben ze net een heel maal voor je bereid, want je kunt niet weg zonder dat ze iets van wat ze hebben met je gedeeld hebben. We zijn stil, heel stil. Dankbaar voor wat we mogen zien, dankbaar dat ze ons bewust maken van onze rijkdommen. “Wat is genoeg?” zei Miguel (voormalig sponsorkind) onlangs tegen me. “Dat moet iedereen voor zichzelf bepalen en dan gaan uitdelen van wat je meer dan genoeg hebt”. Een wijze les. Wat is genoeg hier in Nederland? Wij nemen het mee in onze overwegingen voor het kopen van een huisje, voor het aanschaffen van nieuwe dingen. Maar wat is genoeg?
Ik wil delen, delen in m’n tijd met mensen die gewoon zomaar eens willen langs komen (en dat heeft z’n dilemma’s hier in Nederland met ons geplande leven en vele afspraken). Ik wil delen in m’n geld, aan mensen die het moeilijk hebben. Ik wil delen in m’n liefde, die ik in de eerste plaats van God gekregen heb.
Genoeg is genoeg; daar ga je echt gelukkiger van worden!